Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT4522

Datum uitspraak2005-04-18
Datum gepubliceerd2005-04-22
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers03/1025 NABW + 03/1026 NABW
Statusgepubliceerd


Indicatie

Vaststelling dat vermogensgrens bijstandswet wordt overschreden. Op naam staande auto's.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 03/1025 NABW 03/1026 NABW U I T S P R A A K in het geding tussen: [appellanten], beiden wonende te [woonplaats], appellanten, en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Namens appellanten heeft mr. A. Lina, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 22 januari 2003, reg.nrs. 02/1101 en 02/1103 NABW, waarbij het beroep van appellanten tegen het besluit op bezwaar van gedaagde van 26 maart 2002 ongegrond is verklaard. Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 21 oktober 2003 heeft mr. M.L. Grootendorst, advocaat te ’s-Hertogenbosch, zich in de plaats van mr. Lina als gemachtigde van appellanten gesteld. Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellanten - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door drs. E.M. Vrijsen, werkzaam bij de gemeente Eindhoven. II. MOTIVERING Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, onder meer, geoordeeld dat uit de beschikbare gegevens genoegzaam naar voren komt dat appellante op de in geding zijnde datum 1 augustus 2001 de beschikking had over een vermogen dat de grens, bedoeld in artikel 54, aanhef en onder b, van de Algemene bijstandswet (Abw), overschreed, alsmede dat op de in geding zijnde data 17 oktober 2001 en 2 november 2001 het vermogen van appellanten gezamenlijk de grens, bedoeld in artikel 54, aanhef en onder c, van de Abw overschreed. In hoger beroep hebben appellanten de juistheid van de aangevallen uitspraak bestreden. Daarbij hebben zij de in eerste aanleg aangevoerde beroepsgronden herhaald. De Raad kan zich geheel verenigen met het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Ook de Raad is van oordeel dat gedaagde terecht de waarde van de op naam van [betrokkene] staande Renault Twingo op f 10.250,-- heeft gesteld en eveneens terecht heeft aangenomen dat ook de op haar naam staande Mercedes (met een waarde van f 50.750,--) een bestanddeel van haar vermogen is. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2005. (get.) Th.G.M. Simons. (get.) L. Jörg. MvK04045